Peuterslaap

Van 10 juni tot en met 15 juni is het ‘De week voor de Gezonde Jeugd’ dit is een mooi moment om nog eens extra stil te staan bij de gezondheid van je kind. We denken bij gezondheid vaak als eerst aan voeding en beweging, maar er is nog veel meer van invloed op de gezondheid van je kind. In deze blog zoom ik daar specifiek op in en dan met name voor de peuters.

Als ik ouders ondersteun met opvoed- of  ontwikkelingsvragen, leg ik vaak uit wat de basisbehoefte van een kind zijn om zich zo optimaal mogelijk te kunnen ontwikkelen.

Een Amerikaanse  psycholoog genaamd Abraham Harold Maslow is de bedenker van de Piramide van Maslow. Dit is een figuur waarin hij laat zien welke lagen er nodig zijn om tot ontwikkeling te kunnen komen. De onderste twee lagen vormen samen de basisbehoefte (de primaire behoeften en veiligheid). Zo benoemd Maslow dat slaap één van de primaire behoefte is en dus eigenlijk net zo belangrijk als bijvoorbeeld voedsel en water.

©Jolene Kinderslaapcoach (2024). Gebaseerd op de theorie van Maslow, A. H. (1981).

Omdat ik naast baby’s ook veel peuters zie in mijn praktijk (of de broertjes en zusje van een baby), wil ik jullie wat meer vertellen over slapen bij de peuter. 

Met een pasgeboren kindje is het best wel even wennen, om je nieuwe ritme weer te vinden. Voor jullie als ouders, maar ook zeker voor jullie kindje. De warme en vertrouwde omgeving van de baarmoeder. Waarbij de baby al op een natuurlijke manier werd gewiegd, als moeder ging lopen of bewegen. Ging moeder rustig liggen, dan werd de baby juist actief. Baby’s hebben regelmatig na de geboorte een omgedraaid dag en nacht ritme. Het kan voor kindjes soms even wennen zijn om het nieuwe ritme te vinden. Dit kleine voorbeeld laat al zien dat er meer bij slapen komt kijken, dan alleen gaan liggen en je ogen dicht doen.

Er zijn verschillende processen die meewerken en van invloed kunnen zijn, om in slaap kunnen vallen. Een soort van slaapradartjes die voor slaapdrang zorgen of juist om de slaap tegen te gaan. Zodat je niet op elk moment van de dag in slaap kan vallen. Daglicht, het ritme van de dag, voedingsmomenten, hormonen en nog veel meer andere processen hebben ook invloed op het gaan slapen.

Kijken we naar peuters, dan hebben die al heel wat slaapjes mogen oefenen en zijn al gewend aan het dag- en nachtritme. Slapen heeft ook te maken met het durven loslaten en vertrouwen dat het om je heen goed gaat. Vertrouwen hebben in de omgeving om hem of haar heen. Dit leert een kindje met name tijdens de periode van hechting, (vanaf de zwangerschap totdat een kindje ongeveer twee jaar oud is), waarbij de belangrijkste ervaringen en ontwikkelingen geleerd en opgeslagen worden.

Wanneer je kindje groter groeit en zich verder gaat ontwikkelen, gaat zijn of haar karakter van invloed zijn en hebben ze vanaf een jaar of één door dat wanneer ze iets doen, dit ook invloed heeft op het gevolg. Bijvoorbeeld ik ga huil en wordt opgetild. Of als ik iets laat vallen op de grond, dan heeft het een gevolg dat het een bepaald geluid maakt. Maar zo kunnen er ook momenten ontstaan waarin je kindje alles uitprobeert om de ouders bij zich in de kamer te houden, of in ieder geval zo lang mogelijk. Want ja dit is toch veel gezelliger. Hoe ga je hier mee om?

Belangrijk is om eerst bewust te kijken of er angst mee speelt. Angst kan voor ons misschien niet zo werkelijk zijn als dat je kindje deze ervaart. Zeker gezien hij of zij zich nog volop in de fantasie fase begeeft. Een fase waarin ze werkelijkheid en fantasie moeilijk kunnen onderscheiden.

TIP: Luister naar je kind, ben nieuwsgierig naar de angst. Hoe ziet dat enge monster eruit. Maak samen een tekening en verander het monster daarna in iets grappigs. Of laat er een propje van maken en laat je kindje het bewust weggooien. Gebruik een kindvriendelijke roomspray als ‘speciale monsterspray’ om de monsters weg te jagen. Kijk of je kan helpen met de angst om te buigen naar iets grappig of positief. Of juist gebruik te maken van die fantasiefase, waarbij ze geloven dat de spray en monsters verjaagd.

Een kindje maakt verschillende slaapregressies door, vooral in de eerste twee levensjaren. Dit zijn soort van ontwikkelingssprongen op het gebied van de slaapontwikkeling en zijn anders dan de ‘oei-ik-groei’- sprongen. Tussen de twee en vier jaar ontwikkelen kindjes zich verder, waarbij ze de overgang kunnen maken van twee naar één slaapje en uiteindelijk gaat het middagslaapje er vanaf.

Rond de leeftijd van twee jaar á twee en een half jaar lijkt het soms even alsof er weerstand tegen het slapen is en ouders denken dat hun kindje klaar is om het middagslaapje te laten vervallen. Heel begrijpelijk, maar deze fase heeft meer te maken met een ontwikkelingsmoment en dan vooral de onrust die hierbij komt kijken. De peuters willen in deze periode overal bij zijn en niets missen. Eigenlijk hebben ze hier juist behoefte aan de regelmaat en rust die ze gewend zijn. Zou je hier het middagslaapje weg gaan laten, heb je grote kans dat dit een humeurige peuter met slaapproblemen in de avond en nacht brengt.

TIP: Laat je peuter totdat zij of hij drie jaar oud is een middagdutje doen. Na die drie jaar heeft je kindje zich voldoende ontwikkelend en kan hij of zij het aan om langer wakker te blijven. Tuurlijk zijn er altijd uitzonderingen en kindjes die er al eerder aan toe zijn, drie jaar is het gemiddelde.

Hoe kun je zien dat een peuter er klaar voor is om de middagslaapje te laten vervallen?

  • Als het in slaap vallen duurt langer dan voorheen, gemiddeld mag het in slaap vallen 20 minuten duren.
  • Je peuter slaapt niet meer op de eerder gezette tijden.
  • Je peuter heeft meer moeite om ook in de avond in slaap te vallen en doet hier steeds langer over. Je kunt vaak zien dat de bedtijd opschuift naar een later moment op de dag.
  • Het slaapje overdag wordt korter.

Als de middagslaapjes wat rommeliger worden, het langer duurt voordat je peuter in slaap valt en je bovenstaande puntjes herkent, is hij of zij waarschijnlijk klaar om het middagslaapje af te bouwen. Ga niet meteen over van één middagslaapje naar helemaal geen slaapje meer, maar laat dit geleidelijk aan gewennen. Dit kun je op verschillende manieren doen, zoals bijvoorbeeld:

  • Het middagslaapje korter te maken (maximaal 1,5 uur), dit kun je dan verder afbouwen naar 50 min (dit is één volledige slaapcycli) voor een peuter.
  • Als je peuter overdag minder gaat slapen, brengt dit automatisch een eerdere bedtijd in de avond en een langere nachtrust.

TIP: bekijk de dagen flexibel, waarschijnlijk zal het eerst van korter slapen naar een dagje niet en dan weer een dagje wel een middagdutje. Hou bijvoorbeeld rekening met wat drukke dagen, zoals een opvang dag, dit is waarschijnlijk zo’n dag dat je peuter nog wel een middagslaapje pakt of een powernap doet. Op de dagen dat er geen middagslaapje meer wordt gedaan, kun je even rust geven aan de peuter door samen een boekje op de bank te lezen.

Heb jij een kindje die onrustig slaapt en weet je niet goed meer wat je zou kunnen doen, neem gerust contact met me op of bekijk https://joleneslaapcoach.nl/

Vond je dit artikel nuttig, geeft het een like en delen is lief.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Door deze website te gebruiken ga je akkoord met het opslaan van cookies. Meer informatie

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close